Solidariteit en collectiviteit

Werknemers en werkgevers betalen elke maand premie. Zo krijgen werknemers inkomen voor later. Dat gaat via ons pensioenfonds. Is dat handig, of kan een werknemer het geld net zo goed zelf opzij zetten?

Door collectief te sparen, is het voor pensioenfondsen mogelijk om ook geld opzij te zetten voor onvoorziene omstandigheden. Bijvoorbeeld als een werknemer arbeidsongeschikt raakt. Dan is er geld voorzien waardoor hij of zij toch pensioen blijft opbouwen. Doordat we in Nederland samen ons pensioen regelen, delen we ook samen de kosten. Daardoor is iedereen beter af.

Minder kosten betekent meer pensioen. De meeste kosten voor pensioen worden gemaakt bij het beleggen van het pensioengeld. Maar ook hier geldt: het is veel goedkoper om samen een grote pot met pensioengeld te beleggen dan ieder zijn eigen potje.

Hieronder leest u 6 redenen waarom het Pensioenfonds Houthandel staat voor solidariteit en collectiviteit.

1. Waarom beleggen pensioenfondsen?

Waarom beleggen pensioenfondsen eigenlijk? Waarom zetten we uw pensioengeld niet gewoon op een spaarrekening?

Uw pensioen wordt voor maar ongeveer 30% betaald uit de premie die u samen met uw werkgever betaalt. Het grootste deel, ongeveer 70%, wordt betaald uit de opbrengsten van beleggen. U krijgt als gepensioneerde dus veel meer terug dan u er zelf, samen met uw werkgever, in hebt gestopt.

Pensioenfondsen beleggen uw geld niet voor niks. Alleen de premie is bij lange na niet voldoende voor een goed en betaalbaar pensioen. En ook sparen levert veel te weinig op. Als pensioenfondsen uw geld de afgelopen 30 jaar op een spaarrekening hadden gezet, dan waren de pensioenen nu de helft lager geweest.

2. Waarom nemen pensioenfondsen risico met mijn geld?

Beleggen is nodig voor een goed pensioen. En beleggen zonder risico bestaat niet.

Doordat we in Nederland samen ons pensioen regelen, kunnen we ook samen beleggen. Daardoor delen we met elkaar de risico’s. Pensioenfondsen beleggen bovendien in vele verschillende soorten beleggingen en verspreid over de hele wereld. Daardoor wordt het risico nog meer gespreid.

Dat betaalt zich uit. Door de afgelopen tientallen jaren te beleggen, is er nu ruim 2 keer zo veel geld in de gezamenlijke pensioenpotten dan wanneer het geld op een spaarrekening was gezet. Zonder de opbrengsten van beleggen was ons pensioen de helft lager.

3. Kostenbeheersing en kostentransparantie

Doordat we in Nederland samen ons pensioen regelen, delen we ook samen de kosten. Daardoor is iedereen beter af. En minder kosten betekent meer pensioen.

Pensioenfondsen letten scherp op de kosten. De meeste kosten voor uw pensioen worden gemaakt bij het beleggen van uw pensioengeld. Maar ook hier geldt: het is veel goedkoper om samen een grote pot met pensioengeld te beleggen dan ieder zijn eigen potje.

Vergelijk het zelf maar. Dat is niet zo moeilijk, want pensioenfondsen zijn volstrekt helder over de kosten die ze maken. Zo staat alles over de kosten en opbrengsten van beleggen in ons jaarverslag.

4. Lage rente en rente-derivaten

De huidige extreem lage rente is slecht voor ons pensioen. Dat komt doordat pensioenfondsen volgens de wet moeten rekenen alsof ze de komende tientallen jaren vanwege de lage rente nauwelijks geld zullen verdienen met de beleggingen. Daardoor moet er vandaag heel veel extra geld in de pensioenpot voor de pensioenen van nu en straks: 2 keer zoveel als voordat de financiële crisis in 2008 losbarstte. Pensioenfondsen hebben dat met goede beleggingsresultaten bijna kunnen bijhouden. Bijna, maar niet helemaal.

Er is meer geld dan ooit tevoren in de Nederlandse pensioenpotten, maar door de lage rente is het toch niet genoeg. Het geld is dus niet verdwenen, in tegendeel. Maar het moet in de pensioenpot blijven. Zodat er ook straks nog voor iedereen pensioen is.

Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel heeft zich gedeeltelijk)verzekerd tegen een dalende rente. Dat heeft ons fonds de afgelopen jaren miljoenen euro’s extra opgeleverd. Maar omdat er door de lage rente nóg meer extra geld in de pensioenpot moet zitten, is onze financiële positie toch verslechterd.

Maar zonder deze bescherming tegen een dalende rente zouden we er nu veel slechter voor staan. En zouden onze pensioenen mogelijk zijn verlaagd.

5. Beloningsbeleid

Bestuurders van pensioenfondsen ontvangen een vergoeding voor hun bestuurswerk. Dat geldt ook voor de bestuurders van Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandel). Voor een deel van de bestuurders geldt dat deze vergoeding gaat naar de organisatie die de bestuurder afvaardigt (bijvoorbeeld een vakbond of werkgeversorganisatie).

Over het beloningsbeleid zijn afspraken vastgelegd in de Code Pensioenfondsen. Het bestuur houdt zich aan de normen uit de Code voor het beloningsbeleid. Onze bestuurders ontvangen geen bonussen.

Bij de uitvoeringsorganisaties van pensioenfondsen is het beloningsbeleid de afgelopen jaren versoberd. In veel gevallen zijn variabele beloningen afgeschaft. Vermogensbeheerders die bij uitvoeringsorganisaties werken, ontvangen soms bij goede meerjarige prestaties nog wel een variabele beloning, die maximaal 20% bedraagt van het vaste salaris. En altijd geldt: de kosten zijn al afgetrokken van de rendementen die pensioenfondsen maken. En de rendementen zijn de afgelopen decennia gemiddeld zo’n 7% per jaar.

Pensioenuitvoeringsorganisaties moeten op de arbeidsmarkt concurreren met andere werkgevers in de financiële sector, zoals vermogensbeheerders en banken. De pensioensector kent gematigde beloningen in vergelijking met deze andere bedrijven in de financiële sector.

6. Beloningen van externe vermogensbeheerders

Een deel van het vermogen van pensioenfondsen wordt belegd door externe vermogensbeheerders. Die werken vaak vanuit de Verenigde Staten of het Verenigd Koninkrijk. In de financiële centra van die landen wordt soms heel veel geld verdiend. Zeker bij vermogensbeheerders van bijvoorbeeld private equity of hedge funds zijn de beloningen ver boven het niveau dat we in Nederland gewend zijn en fatsoenlijk achten.

Ons pensioenfonds investeert op dit moment niet in deze beleggingscategorieën.