Overlijden

Als u overlijdt, kunnen uw partner en/of kinderen in aanmerking komen voor partnerpensioen en wezenpensioen. Voorwaarde voor partnerpensioen is dat u en uw partner op het moment dat u overlijdt getrouwd zijn, een geregistreerd partnerschap hebben of een notarieel samenlevingscontract hebben. Om als ongehuwd samenwonende in aanmerking te kunnen komen voor partnerpensioen, dienen u en uw partner duurzaam samengewoond te hebben. Ook moet u op hetzelfde adres in het bevolkingsregister ingeschreven staan.

Uitkering voor nabestaande partner

Als u overlijdt, kan uw partner recht hebben op een partnerpensioen van het pensioenfonds. Het maakt daarbij niet uit of uw partner een eigen inkomen heeft. Een eventuele ex-partner kan recht hebben op een deel van het partnerpensioen. Dat heet bijzonder partnerpensioen. Kinderen ontvangen onder bepaalde voorwaarden een wezenpensioen.
Het pensioenfonds ziet als partner:

  • de persoon met wie u getrouwd bent
  • de persoon met wie u een geregistreerd partnerschap hebt
  • de persoon met wie u duurzaam samenwoont en met wie u bij de notaris een samenlevingscontract hebt afgesloten

Bij samenwonen gelden bovendien de voorwaarden dat de partner als begunstigde is aangewezen voor partnerpensioen en dat de partner geen bloed- of aanverwant is in de rechte lijn. Het partnerpensioen is 70% van het ouderdomspensioen dat u zou opbouwen als u tot uw 65ste had gewerkt.

Wezenpensioen

Als u overlijdt, hebben uw kinderen tot hun 18de jaar recht op een uitkering. Deze uitkering heet wezenpensioen. Die uitkering is 14% van uw ouderdomspensioen dat u zou opbouwen als u tot uw 65ste gewerkt had. Uw kind heeft recht op 28% na het overlijden van beide ouders. Studeert uw kind nog? Dan krijgt uw kind tot uiterlijk 27 jaar een wezenpensioen.

Soms geen recht op nabestaandenpensioen

Uw nabestaanden kunnen geen aanspraak maken op partnerpensioen en/of wezenpensioen als:

a) u anders dan door een ongeval overlijdt binnen een jaar na:

  • het aangaan van het huwelijk, of 
  • de registratie van de partnerrelatie, of 
  • de start van de samenwoning, of 
  • de erkenning of het verzoek tot adoptie van een kind, of
  • nadat u de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het stief- of pleegkind voor uw rekening hebt genomen

b) het samenlevingscontract wordt gesloten of de akte notarieel wordt vastgelegd, of de onder a. bedoelde feiten hebben plaatsgevonden nadat uw ouderdomspensioen is ingegaan. 

 
print print icon