Begrippen A
Hier wordt de betekenis van veelvoorkomende begrippen op pensioengebied uitgelegd. Klik links op een letter van het alfabet voor alle begrippen die met die letter beginnen.
Aanspraak
Zie pensioenaanspraak.
ABTN
Zie Actuariële en bedrijfstechnische nota.
Actuariële en bedrijfstechnische nota (ABTN)
Een door de wet voorgeschreven nota waarin de hoofdlijnen van de pensioenregelingen, de financieringsopzet, de sturingsmiddelen, het indexatie- en het beleggingsbeleid en de organisatorische opzet van het pensioenfonds zijn beschreven.
Afkoop
Bij afkoop wordt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd, de pensioenvoorziening is dan definitief beëindigd.
AFM
Zie Autoriteit Financiële Markten.
Algemene nabestaandenwet (Anw)
De Anw is een volksverzekering die nabestaanden voorziet van een nabestaandenpensioen als de nabestaande 1) een ongehuwd kind onder de 18 jaar heeft; 2) meer dan 45% arbeidsongeschikt is; of 3) geboren is voor 1950. Eigen inkomen wordt op de uitkering in mindering gebracht.
Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is een volksverzekering die mannen en vrouwen vanaf hun 65ste jaar voorziet van een basispensioen. In het algemeen komt iedereen die in Nederland heeft gewoond en/of gewerkt in aanmerking voor een AOW-pensioen.
Anw
Zie Algemene nabestaandenwet.
AOW
Zie Algemene Ouderdomswet.
AOW-gat
Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-toeslag voor de partner jonger dan 65. Voor mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden kan daardoor het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager uitvallen. Dit wordt het AOW-gat genoemd.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Aanvulling op een wettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkering, die uiterlijk op de pensioenleeftijd eindigt.
Attestatie de vita
Een verklaring die periodiek moet worden verstrekt door een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. Met deze verklaring, die ondertekend moet zijn door een bevoegde autoriteit, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is.
Autoriteit Financiële Markten (AFM)
Gedragstoezichthouder: ziet erop toe dat pensioenfondsen duidelijk zeggen wat ze doen en of deelnemers voldoende geïnformeerd worden. AFM gebruikt hiervoor de definitie 'transparantie'.